Persberichten van 2005
Belgisch kampioene Mieke Dupont: "Ik word een machine"
bron onbekend | Jurgen Geril | 18 December 2005
Powerjakke eist erkenning voor duathlon
Pas-uit | Eddy Leysen | 26 December 2005
"Je doet het voor jezelf"
bron onbekend | Hans Otten | 29 December 2005
Bart Van de Water en Jan Daems: "Veel respect krijgen we niet, dus we doen het voor onszelf"
bron onbekend | Toon Verheijen | 30 December 2005
Interview met organisator Jan Daems: "Als marathonlopen een beetje banaal wordt"
bron onbekend | Marc Van den Bossche | 28 December 2005Zondagmorgen 8 uur zullen ze daar met zowat tweehonderdvijftig aan de start staan in Kasterlee. Tweehonderdvijftig wie, tweehonderdvijftig wat? Atleten, duatleten, lopende mountainbikers, mountainbikende maratonlopers… Moeilijk een gepaste omschrijving te bedenken voor de op dat moment dappersten uit het verzamelde sportgild. Ze komen zelfs vanuit Kenia en Spanje om vijftien kilometer door Kempense bossen te lopen, vervolgens honderdenvijf kilometer op de mountainbike te gaan knallen en dan - de hel lijkt nabij - nog eens gedurende dertig kilometer dennennaalden de loopschoenen te laten sieren. De winnaar zal er zowat acht uur voor nodig hebben, tweehonderd plekken verder mag u daar vijf-zes uur bijtellen. Wie bij het invallen van onverbiddelijk duister nog op de fiets zit voor de laatste ronde, moet het voor bekeken houden met de mountainbike, maar mag wel nog dertig kilometer lopen. Dit jaar start Benny Vansteelant, meervoudig wereldkampioen duatlon en deze zomer nog winnaar van de prestigieuze Powerman in het Zwitserse Zofingen, ‘s werelds zwaarste. Hij zal de wedstrijd niet uit lopen en fietsen, maar wil met zijn aanwezigheid wel graag de uitstraling van deze race helpen opkrikken.
‘Zoals Hawai the place to be is voor triatleten en Zofingen dat is voor duatleten, zo moet Kasterlee dat worden voor de winterduatlon’, hoopt organisator Jan Daems. Zelf is hij een niet onbegenadigd duatleet, Daems (35). Hij haalde al top tien in Zofingen. Zijn grote liefde voor die sport drukt zich echter ook uit in organisatorische exploten. Vorig jaar haalde hij nog het wereldkampioenschap korte afstand naar Geel. ‘Maar als je hier met het langere werk wil uitpakken, zit je met een probleem. In een wedstrijd van lange duur raakt het hele peloton over het parcours verspreid. En waar zou je zo lang het verkeer kunnen ophouden in onze contreien?‘ De oplossing lag voor de hand in de rijk beboste Kempen. Winterduatlon zag overigens het levenslicht als typisch Vlaamse sporttak. ‘Een jaar of tien geleden had je vooral in West-Vlaanderen enkele organisaties. Dat ging telkens om korte afstanden: zes kilometer lopen, twintig kilometer mountainbike en nog eens drie of vier kilometer lopen. Net zoals bij triatlon zitten die korte afstanden bij de officiele internationale organisatie, de ITU ( International Triatlon Union ). Bij triatlon heb je daarnaast voor het lange werk de Ironman , een commerciele organisatie. Analoog daaraan heb je bij duatlon de Powerman , waar Kasterlee nu toe behoort. Voor onze eerste organisatie in 2001 bestond er geen enkele duatlon over de langste afstand in Belgie. In Geel had je al wel een Powerman , maar echt lange afstand was dat nu ook weer niet. De eerste is daar al binnen na twee uur en drie kwartier.‘
Jan Daems had vooral de gerenommeerde wedstrijd in Zofingen voor ogen als model. ‘Dat is mijn wedstrijd. Ik leef daar een gans jaar naartoe. In 2001 heb ik daar als het ware de hemel gezien. Ik eindigde er toen tweeendertigste van meer dan vijfhonderd deelnemers. Sedertdien is dat voor mij een soort van filosofie geworden.‘
‘Aan duursport doen kan je een manier van in het leven staan noemen’, vindt Daems. ‘Dat is voor mij meer dan enkel maar die trainingen afwerken. Bij duursport heb je ook een aspect van respect voor het lichaam. Ik heb ooit bij de Jezuieten op school gezeten. Daar gaat het over kennis, over studie. Dat is allemaal zo beperkt en eenzijdig. Je ziet intellectuelen vaak neerkijken op sportmensen. Maar je zou eigenlijk evenveel aandacht moeten hebben voor lichaam als voor geest. De twee zijn evenwaardig. Voor mij houdt dat niet op bij trainen. Gezonde voeding, alcohol mijden, je goed verzorgen zijn daar ook een deel van. Je ziet dat niet alleen in de sportwereld. Zelf heb ik een grote voorliefde voor Straight Edge , een vorm van punkmuziek waar ook die zorg voor het lichaam centraal staat. Dat zijn punkers die zich afzetten tegen alcohol en andere drugs. Een van de grote namen daar, Henry Rollins, is zelf bodybuilder en sportfanaat, maar hij geeft ook spoken word performances ten beste. Respect voor lichaam en geest dus: elke dag sport, maar ook elke dag studiewerk.‘
Het motto van de Powerman luidt ‘Plus est en vous’ . Daems: ‘Ambitieus zijn, jezelf ontwikkelen. Eerst moet je respect hebben voor jezelf als individu en dan pas kan je ook respectvol naar de anderen toestappen. Dat vind ik allemaal terug in de duursport. Het gaat mij om zelfontplooiing en zelfrespect. Bij duursport heb je dan ook nog het voordeel dat talent niet doorslaggevend is. Het aandeel van veel trainen en discipline, uithouding en volharding is er veel groter dan bij sporten als bijvoorbeeld voetbal of turnen.‘
Daems geeft het voorbeeld van een soortement bekeerling. ‘Vorig jaar stond er hier eentje stom van bewondering langs het parcours. Goed in het vet, te lang niet meer aan sport gedaan. Hij nam zich voor hier dit jaar deel te nemen. Twaalf maanden later en vijfentwintig kilo lichter gaat hij dat ook doen’.
Maar hoe begin je daar dan aan? ‘Ik zou toch eerst graag opmerken dat duatlon veel zwaarder is dan triatlon. Als Hawai knuffelrock is, dan is Kasterlee punk. Bij duatlon moet je twee keer lopen. De belasting van de spieren is dus van bij het begin al groot. In de eerste run wordt de hierarchie bovendien al deels bepaald. Bij triatlon zijn de tijdverschillen na het zwemmen relatief klein en je benen worden daar ook meer gespaard.‘
‘Wellicht is Zofingen de zwaarste duatlon ter wereld omdat je op het einde al lopend nog een hoogteverschil van zevenhonderd meter te verwerken krijgt. Dat is niet weinig he. Ik denk dat Kasterlee wel de zwaarste duatlon is qua lichamelijke ellende, mede door de winterse omstandigheden. Mentaal is het ook een zware bedoening. Je hebt hier vaak lange rechte stukken, waarbij je zowat in the middle of nowhere zit. Je bent er echt op jezelf aangewezen. Bovendien heb je nog de bijkomende moeilijkheid dat je eigenlijk buiten het gewone seizoen zit. De zwaarste trainingen in de voorbereiding op Kasterlee moet je doen in oktober, november en december. Als je ‘s avonds thuiskomt van je werk en het is al donker, moet je dat toch maar kunnen opbrengen.‘
Daems noemt het een gouden regel om dagelijks de twee disciplines te trainen. Dat is in die zin opmerkelijk dat het hier in nagenoeg alle gevallen gaat om amateurs in de echte zin van het woord. Onder de eerste tien wordt in Kasterlee het bedrag van 1000 euro verdeeld. Het lijstje Vlaamse topsporters dat bij het horen van dit bedrag dubbel plooit zal zeer aanzienlijk zijn. Voor die liefhebberige, winterkleumende duatleten in Kasterlee is het gewoon een kwestie van prioriteiten, volgens organisator Daems. ‘Je kan dit enkel doen door andere dingen te laten vallen. Wij zijn natuurlijk geen zonderlingen he, maar je moet wel bepaalde keuzes maken die ertoe leiden dat je sociale leven op een laag pitje staat. Je wordt een soort loner . Ik vind duursport dan ook wel een manier om je te onderscheiden van andere mensen. Je stelt je ergens buiten de grijze massa. Zelfs marathonlopen wordt dan een klein beetje banaal.‘
Maar dat is natuurlijk een kwestie van perspectief.
Na de hel komt de hemel
bron onbekend | Marc Van den Bossche | 25 December 2005De vierde editie van de winterduatlon in Kasterlee is gewonnen door Henegouwer Sebastien Sottiaux. De man trotseerde ellende in alle mogelijke toonaarden. Dat probeerden iets minder dan tweehonderd vijftig anderen hem in zijn moddersporen na te doen. Nog geen vijftig opgevers zat de hel niet helemaal uit. Alle anderen zagen nadien de hemel.
De weergoden bestaan dus echt. En ze hebben een ontzettend rotkarakter. Zeg nu zelf: een man van zestig traint een gans jaar en beslist gisterenmorgen - op een moment dat niet half Vlaanderen ontwaakt is - om toch maar niet van start te gaan in de vierde editie van de winterduatlon in Kasterlee. Reden: het parcours lag er bijwijlen spekglad bij. Enthousiast sportamateurisme dat zich in een nacht tijdelijk bevroren ziet worden.
In Kasterlee lossen ze dat allemaal nogal godslasterlijk op. ‘Welkom in de Hel’ schreeuwt een met rode vlammen gesierd bord deelnemers en rillende sympathisanten toe. Bij aankomst wordt dat ‘We motherfucking did it’. Vijftien kilometer lopen, honderdenvijf kilometer op de mountainbike en als fucking toetje nog eens dertig kilometer lopen. Kap daar bakken modderklodders on the rocks bij en u kent het menu van de hel.
Meervoudig wereldkampioen Benny Van Steelant en opkomend talent Bart Aernoudt s voerden het ploeterende pak aan na de eerste loop. Van hen was echter geweten dat ze het helse gedoe voortijdig voor bekeken zouden houden. Zij werden toen nog van tamelijk nabij gevolgd door Sebastien Sottiaux en Pieter Bracke. Voor de Waal was dit de eerste deelname, Bracke eindigde hier eerder al eens tweede. Bracke begon als eerste aan het lopen. Al snel werd hij voorbijgegaan door in deze context oudgediende Benny Coopmans, de voorbije twee jaar telkens derde.
Na de eerste van de twee afsluitende loopronden zat Sottiaux Kempenaar Coopmans zeer letterlijk op de hielen. Toen al liet zich raden dat hij als eerste de sporthal - de hemel na de hel - zou binnenlopen. Coopmans werd in die laatste loopkilometers nog voorbijgegaan door Pieter Bracke. Bij de vrouwen wonnen Annemarie Dupont voor de tweede keer op rij.
Sottiaux, 34, is een man die net niet de internationale top haalt. In de prestigieuze Powerman van het Zwitserse Zofingen kwam hij dit jaar tot een niet te versmaden zesde plek. Benny Van Steelant won toen. Sottiaux gaf die dag ruim een kwartier prijs op de winnaar. Het verschil tussen beiden: Van Steelant is profatleet, Sottiaux verdient zijn boterham in een groot warenhuis. ‘Moeilijk te combineren met soms vier a vijf uur trainen per dag’, zegt hij. ‘Maar het gaat wel. Na Zofingen ben ik blijven doortrainen. Noem het een soort morele bekommernis: ik wou mij opnieuw een doel stellen. Misschien heeft Zofingen meer uitstraling, maar voor mij is Kasterlee nu wel de top. Dit is zondermeer de zwaarste wedstrijd op de kalender’. Hij verdient hier 250 euro mee en mag daar nog eens de helft bijdoen dankzij zijn wedstrijdrecord. ‘Dat is niet veel. Maar vergeet toch niet dat er ook het plezier van het sporten is’.
Dat refrein viel in Kasterlee de ganse dag door te noteren: plezier - genot zeg maar - in overvloed opgelepeld in helse omstandigheden. Eigenlijk: dankzij die helse omstandigheden.
Een wandeling - nou ja - over het fietsparcours werkte bij ondergetekende nogal ontnuchterend. Loodzware modderstroken werden in sadistische dwingelandij enkel benaderd door snedige klimmetjes en technische singletracks . Op reserve rijden staat niet in het woordenboek van deze hel. ‘s Morgens nog voor achten bracht nochtans een deelnemer ons zijn voor deze situatie aangewezen geachte wijsheid over: ‘De hele dag doseren. Nooit in overdrive gaan’. Maar wat heet doseren als modderbrij een onwelgekomen rem gaat vormen op alles wat moet kunnen draaien aan een fiets. Kwestie van het laatste restje tandvlees redden wellicht. ‘Na de ellende komt het geluk. Dan leef je een tijdlang in een roes’, luidt het bij dezelfde deelnemer, die van dat doseren. ‘Je kan dat niet beschrijven’, zegt ook drievoudig derde Benny Coopmans. ‘Het gejuich als je in de wisselzones komt, dat is onbeschrijflijk. Dat geeft pas een kick’. Maar de opoffering, een gans jaar door is groot. ‘Dit drukt zelfs op je gezinsleven. Ik weet niet of mijn vrouw het zou fijn vinden dat ik hier nog eens zou willen starten’.
Zilveren medaille Pieter Bracke kon een uur na aankomst nog niet echt uit zijn door modderspatten geteisterde ogen kijken. ‘De laatste drie uur kon ik bijna niks meer zien’, liet hij horen. Stevige rugpijn kleurde dat nog een beetje bij. ‘Misschien had ik voor morgen toch maar beter een dag verlof genomen’, zegt de cultuurambtenaar. ‘Maar ik doe deze job nog maar twee weken en niemand daar weet dat ik mij ook aan dit soort ondernemingen begeef’. Tja.
Toch lijkt het een beetje misplaatst om dit evenement als gekkenwerk af te doen. Hier staan goed getrainde atleten aan de start. Ze trainen en leven als topsporters. Velen die hier aan beginnen, verrichten ook elders werk van zeer lange adem. Wereldkampioen vierentwintig uur lopen Paul Beckers is er bijvoorbeeld bij. Ergens langs het parcours hoorde ik de dodentocht van Bornem, honderd kilometer te voet, als een zachte wandeling omschrijven. Een andere deelnemer deed zeer prozaisch over een marathon in Zwitserland die alleen maar bergop gaat. Dat soort dingen.
Of deze wedstrijd ooit internationale toppen zal scheren op de duatlonkalender valt moeilijk te zeggen. Benny Van Steelant en broer Joeri vinden Kasterlee moeilijk combineerbaar met een ‘normale’ jaarplanning. Bovendien vreet een wedstrijd als deze aan een atleet. Winnaar Sottiaux houdt rekening met een herstel van zes weken. Topsportcoordinator Kathleen Smet, dit jaar nog wereldkampioene triatlon op de lange afstand en dus niet vies van een kilometertje meer, vindt de hel van Kasterlee net iets te extreem om te kunnen figureren in het gewone circuit.
Maar misschien mag sport toch nog eens ongedwongen heerlijk amateuristisch blijven en heeft die internationale erkenning daarom weinig belang. Sport wordt hier nog eens een dag avontuur. Belangeloos willen afzien is de drijfveer. Omdat het richting geeft aan een leven en zin, zo blijkt. Zoek dat eens bij de andere op deze sportpagina’s beschreven wedstrijden.
Glenn Macnamara
bron onbekend | auteur onbekend | 31 December 2005December time is usually associated with long summer days, beach holidays and lovely warm weather. I experienced a completely different festive season this year. Earlier in the year, I received an invitation to compete in what was billed as “the toughest duathlon in the world”. Now, most of us associate the toughest duathlon to be in Zofingen. No, I was told this one demands more mental toughness and resilience. I accepted this challenge with enthusiasm. Little did I know what I was about to experience! The race takes place the week before Christmas in Belgium. So for one, the elements are bound to play a role as it is the middle of the European winter! Secondly, the race is the first International off road duathlon. The Powerman Kasterlee. Thirdly, the sheer distance of the race made for some serious thinking. 15km run/105km MTB and 30km run in the forests of Kasterlee. This race is almost a “cult race” in Belgium, attracting many “nutters” from the surrounding areas. Some history I did some research for this race. I learnt that in the first year, approximately 60% of the entrants could not finish the race saying it was too difficult! From subsequent races, I realised that one can count on about 1/3 of the entrants not completing. Not that this statistic was daunting at all! In fact, the race has earned the affectionate name of De Hel van Kasterlee!
The challenges When I approached the race, I felt I had 3 challenges: * Not knowing the weather conditions* inexperience on a MTB * no experience at all in muddy conditions on a bike! So, I did what I could. I competed at numerous MTB races locally to gain experience and insight and develop better off road bike skills. By the time December arrived, I felt I had made reasonable progress on the bike. My only regret was not having found mud here. Yes, I found bits and pieces but it was not satisfactory. This would play a major role in the race outcome… Will the next question please leave my mind now. My mind was like a central park tube station with questions constantly flying trough my mind… questions that until I was there I had no way of answering. How cold was it going to be? Would my training and racing clothes be adequate in these conditions? How much mud would there be? Would my bike get through the race? Would I be one of those “DNF” statistics? Add to this the amount of people here who told me I was ‘absolutely crazy’ to do this race that when I landed in Brussels to a cold 2 degrees, I figured they must be right! Last preparations For the first seven days I was there, no rain fell at all. All the locals told me how unusual that was. Riding on a dry course, I felt confident that I could handle this race and of course racing for around nine hours in temperatures hovering around 2-3 degrees. The locals also informed me that if the rain came, the bike course would be completely unrecognisable. Well, the rain finally came three days before the race. It rained continuously for those three days: During a time when I was on a serious taper programme and hardly riding at all. These three days turned the bike course into a wet, lurking monster! The race De Hel starts in about 20% light at 08h00. The first run was beautiful for me. Starting slowly, I worked my way through a very enthusiastic field. As we entered T1 I was running with a group of six guys including top Belgian Benny Coopmans. Three guys had got away to fill the top three places in T1 whilst the seven of us assumed the rest of the top 10. Around two minutes behind me was a local Ned Overend- former pro MTBiker, Bert van Ende whom all the locals said would win the race. At 44 years of age, one had to wonder what they were talking about. But experience has shown me never to write anyone off. For a race like this, you need warm, weather resilient clothes to keep you as warm and dry as possible for a long bike ride so an almost complete change of clothes is needed for the bike section. The bike course proved to be a monstrous challenge for me with mud lying anything from 10cm to 20cm thick in most places. Large pool of water covered virtually all the narrow single tracks making it difficult to negotiate through as you attempt to avoid the host of trees that line the way. Riding in such thick mud “eats” into your legs very quickly as you grind the gears as opposed to the nice, smooth pedal stroke I was accustomed to thinking about on the road. In this type of riding, the riding is extremely ‘stop/start’ or staccato. Your legs take a hammering from the start. In my case, this was not my only challenge, riding over wet tree roots upends you quicker than you imagine so I spent a ridiculous amount of time getting on and off my bike! With 200 competitors on the course, the mud gets churned up very quickly making it even more difficult to try guess the right ‘line’ to take so as to avoid the dreaded roots or the soaking, hidden dongas- some of which submerge half your wheels. After two laps (of the four), my brakes took an early retirement. They no longer functioned in any capacity at all. Then of course the gears on the bike no longer wanted to change as they were too caked with mud. I ended up riding with the use of my “granny gears” and one or and others at the back. Bert van Ende passed me looking like he was some floating and gliding over the mud. I was amazed how easy he made it look. Almost like Roger Federer playing tennis. I continued to get past by loads of people. Trying to turn in slippery mud at sharp 90 degrees, whilst needing to miss mud-hidden roots with no brakes was a quite a challenge for me! So much so that I fell off the about 14 times over 105km! I entered T2 far off the leaders in about 55th position I am told. I was so pleased to be finished the bike albeit far behind. I felt I could relax now. The 2nd run is two laps of 15km on a flat surface but some parts very muddy making running fast not that easy. In fact, there is a stretch of long straight path that is nearly 3km long that is only mud. This stretch is called De Hel as the sun is already fading again and your visibility not great. However, I experienced virtually no problems on the 2nd run. I cruised around the 2-lap course recording the 7th fastest time of the day and claiming back some 20 odd places to finish just outside the top 30 in 9hr16 minutes. As predicted by the locals, Bert van Ende won the race following his phenomenal bike ride. Personally, I was happy for him as he is a wonderful guy who also offered me lots of advice after the race. Top German, Marc Pschebizin took 2nd place only 50 seconds adrift of Bert. As predicted, nearly 60 participants did not finish the race! The real legend of the race For me one of the race’s heroes had to be the last person to officially complete the race. He finished 22h00 in the dark and had to report for his 8-hour work shift at 00h30 that morning- a mere 2h30 after the race! I kid you not on this one! Conclusions This race is not for impatient or the fainthearted! Since my return I have been asked countless times to compare this race to Zofingen. The truth is; you can’t compare the races! They are totally different races with one thing in common. They demand every inch of your body and mind. Without doubt these races force you to go beyond your own expectations of yourself. You need to trust in your fitness. The difference at De Hel is the mountain bike section is crucial. One needs an intimate knowledge of the course in wet conditions. This observation was perfectly illustrated to me by the fact that only Marc Pschebizin from Germany was not a local from the area to finish inside the top 20! This race shows that there is “no substitute for experience”! Glenn Macnamara is sponsored by EVOX
